
De Tibetaanse, boeddhistische monniken beschouwen de uitwerking van
symbolische mandala's als een transformerend, spiritueel en genezend proces.
Psycholoog Jung interpreteerde de mandala's als een verzoening tussen het
bewustzijn en het onderbewuste.
De beelden die tijdens het mandalatekenen ontstaan, zeggen iets over wat ons
onbewust bezighoudt, net als bij dromen.